Villa Maria

Toen wij 30 jaar geleden in Delft kwamen wonen, viel mijn oog vrijwel direct op onze volgende woning: Villa Maria. Misschien een beetje groot, maar daar zouden we vanzelf een oplossing voor vinden. Onze vriendschap met E&E dateert vanaf het moment dat E vertelde dat Villa Maria zijn droomhuis was. Wij besloten direct dat we er uitstekend met z’n vieren in zouden passen.

Zo’n 5 jaar later stond ons droomhuis te koop. Wij planden een bezichtiging in. Ook de moeder van E liet zich die kans niet ontzeggen. Zij is ongeveer 1.50 m lang, maar heeft de uitstraling van iemand van tweeëneenhalve meter. Terwijl wij de villa inspecteerden, onderwierp zij de makelaar aan een diepte-interview over alle eventuele tekortkomingen. Er zou geen gebrek verborgen blijven voor haar.

Helaas moesten we toegeven dat de Villa niet gemakkelijk en zeker niet goedkoop bewoonbaar zou kunnen worden gemaakt voor twee stellen. Erg jammer, want we hadden ons er in gedachten al geïnstalleerd. Maar goed, dat was de eerste les Omgaan met teleurstellingen. Wij moesten afscheid nemen van de geplande gezamenlijke oude dag in Villa Maria. Maar wie weet wat er nog op ons pad zal komen.

Vorige week in De Koornbeurs kregen wij van E&E een zogenaamd gastgeschenk. Dat is een traditie waarmee wij elkaar zo nu en dan verblijden. Een gastgeschenk is vaak verschrikkelijk, maar soms ook leuk. Deze keer was het de laatste categorie. Dat hadden we dan toch maar weer mooi aan Villa Maria te danken, of we er nu wonen of niet.

Nog even wat achtergrond over Villa Maria. Oorspronkelijk was het het woonhuis van de directeur van het buitengesticht Sint-Joris. Het is gebouwd in 1894 in neorenaissancestijl. Villa Maria stamt uit 1894, Kennelijk ging de directeur op enig moment elders wonen en werd het huis verbouwd tot een verpleegstersschool. Daar zag je de sporen nog goed van terug. Het zou het weer bewoonbaar maken behoorlijk compliceren. Nog weer later is de villa gebruikt voor begeleid wonen. Diegenen die het in onze plaats hebben gekocht hebben het prachtig gerestaureerd! Waarvoor dank. Wie weet.

De Centrale fka De Koornbeurs

In het centrum van Delft naast de Visbanken staat een prachtig gebouw: de Koornbeurs. Het heeft in de loop der tijd diverse functies gehad. Ooit begonnen als vleeshal, in het begin van de vorige eeuw nog een poosje champignonkwekerij geweest en veilingplaats voor eieren en paardenmest. Leuke combinatie ook. In 1939 werd de kelder ingericht als commandocentrum voor de Delftse luchtbescherming. Sinds de jaren 60 is het verenigingsgebouw van studentenvereniging SSR Delft; later omgedoopt tot OJV De Koornbeurs, niet meer alleen voor studenten, maar voor alle jongeren.

De Koornbeurs had in de jaren 90 toen wij in Delft kwamen wonen een openbare eettafel waar (voornamelijk) studenten kwamen eten. Maar er was ook een tafel waar gepensioneerde hippies samenkwamen. Tot onze verbazing aten ook onze vrienden E&E – toen allang geen studenten meer – in de Koornbeurs. Elke werkdag van maandag t/m vrijdag. Lekker makkelijk en dan had je een fijn lange avond. Het leek mij drie keer niks.

Maar toen wij in 2001 twee weken onze keuken niet konden gebruiken wegens verbouwing gingen wij toch met ze mee. Elke avond klokslag 18 uur troffen we elkaar bij de ingang. Ik gewapend met tafelkleedje en waxinelichtjes, want het moet wel een beetje gezellig zijn. De Koornbeurs met zijn formicatafeltjes en nauwelijks verlichting had namelijk een nogal morsige uitstraling. Het eten bleek enorm smakelijk. Na afloop gingen we bij het Boterhuis nog een kopje koffie drinken. Prima tijdelijke oplossing.

Sinds begin deze eeuw was er wel steeds gedoe met de kok, werd het pand eigenlijk ook te duur voor de vereniging. De eettafel is uiteindelijk verdwenen en de vereniging zit alleen nog in de kelder. In de rest van het gebouw is tegenwoordig een restaurant gevestigd: De Centrale. Gisteravond hebben wij er met E&E gegeten. Beetje nostalgisch zitten zwijmelen…. Nou, nee, dat dan weer niet. Nostalgie is niet helemaal ons ding. Maar het was weer gezellig en het eten was overheerlijk. Ik had geen tafelkleedje of waxinelichtjes bij me, maar dat was gelukkig ook niet nodig. Hoewel het keukengedeelte op de bovenverdieping met de afhaalbalie er nog precies hetzelfde uitzag, was het restaurantgedeelte aanzienlijk minder obscuur dan vroeger.

Einde van de blogpauze

Collega A maakte mij erop attent dat het al bijna twee maanden stil is hier. Dat klopt, want mijn inspiratie was even helemaal op. Gek eigenlijk, want er mag weer veel meer en ik ben vaker op pad. Kennelijk was de schrijfader even verstopt. Eens kijken of het vanaf heden weer beter gaat.

Het wordt kouder, vooral ’s ochtends en ’s avonds, dus ik haalde mijn wintersloffen uit de mottenballen. Oh ja, dat is waar ook, dat zijn die halfhoge sloffen, blauw met zilverdraad. Werkelijk de prachtigste sloffen die ik ooit heb gehad. Zo ontzettend jammer dat ik allergisch ben voor het zilverdraad. Na een week had ik opgezwollen enkels waar een beetje hartfalenpatiënt jaloers op zou zijn (of eigenlijk juist niet) en kon ik de sloffen niet meer aan. Ik heb nog een tijdje eerst sokken aangetrokken en daaroverheen de sloffen, maar dat kost wel erg veel tijd.

De sloffen moeten dus vervangen worden en kunnen zo goed als nieuw naar de Kringloopwinkel. Gelukkig kreeg ik van een van mijn vele handwerkadresjes een plaatje voorgeschoteld van bijna net zo prachtige sloffen, maar dan zonder edelmetalen erin verwerkt. Om zelf te haken! Leuk! Ik heb meteen een pakket besteld. Daarvoor moesten beide voeten aan alle kanten opgemeten: niet alleen de lengte, maar ook de breedte, de wreefhoogte, de afstand tussen wreef en hiel, de omvang van de enkel (de niet-opgezwollen enkel) en de lengte van alle afzonderlijke tenen.

Er kwam een pakket binnen met vier stevige zolen zodat je met je nieuwe sloffen niet van de trap glijdt, bolletjes blauwe wol, haaknaald, twee borduurnaalden (geen idee wat ik daarmee moet), een klosje garen, een bruin voorgehaakt proeflapje en een patroon van 46 pagina’s 😳. Ik vond het al met al nogal intimiderend en ontmoedigend.

Maar hee, het is bijna weekeind, ik ga vandaag dat patroon maar eens lezen, een blauw proeflapje haken en wie weet, komt naast de bloginspiratie ook de haakinspiratie aangesneld.

Zondag wandeldag

Elke keer vrees ik dat het de laatste mooie dag van de toch al niet zo mooie zomer zal zijn. Dus dan wil ik ervan profiteren en stel een wandelingetje voor. Zo ook vandaag.

We stapten eerst op de fiets en reden naar ’t Woudt. Dat is een schattig klein durp met 1 kerk, 1 herberg en ongeveer 3 huizen. Daar startte de wandeling. 15 kilometer voornamelijk langs water gelopen. Langs kassen en maïsvelden en het laatste stuk dwars door velden via een kleine 100 piepkleine bruggetjes over slootjes. Na de eerste paar kilometers was het lunchtijd en zaten we bij Eetcafé de Bonte Haas prima. Het was er stikdruk en de bediening liep zich het schompes. Maar geen haast hebben hoort ook bij wandelen.

Tevreden fietsten wij weer naar huis. Wat een mooie laatste zomerdag. Of misschien was het wel helemaal niet de laatste mooie zomerdag 😀. Nog beter!

Vijgensiroop

En nu even iets heel anders. Gisteren hadden we een soort rustdag om boodschappen te doen, het huis te kuisen en even bij te komen van het vakantievieren.

Om 17 uur zat ik even uit te puffen en ging de bel. Op de stoep stond een vrolijk jongmens met een ingepakte fles in zijn handen. Het leek een wijnfles en ik dacht: “Dat is vast een dankbare student.” Dus toen hij zei: “Ik heb een fles vijgensiroop voor Pieter B” paste dat prima in mijn plaatje. Ik riep Pieter erbij en vervolgens ging het jongmens vertellen dat hij de beste siroopimporteur van Nederland was. “Wat komen die studenten soms raar terecht” was mijn eerste gedachte, maar toen ik Pieter ook een beetje appelig zag kijken, begreep ik dat het geen bekende van hem was.

Inderdaad, de beste importeur van Nederland kwam gewoon een door Pieter bestelde fles vijgensiroop afleveren. Hij begon er een verhandeling van een kwartier bij over hoe je een lekker glas siroop maakt, niet te zoet en niet te laf, blablabla. En hoe we voortaan direct bij de beste siroopimporteur van Nederland konden bestellen in plaats van via bol.com.

Nu kun je mij nergens zo mee vervelen als met dat soort praatjes. Sinds ons verblijf in Frankrijk weet ik heel goed hoe je een lekkere siroop maakt en bovendien hebben wij twee kasten vol met diverse smaken. Dus hou alsjeblieft heel snel je klep over siropen mengen en hoe verkeerd de Fransen dat doen. Desalniettemin genoot ik ’s avonds van een heerlijk glaasje vijgensiroop 😀

Dag 1 t/m 3 in Delft

Het is natuurlijk geen Zuid-Limburg, maar vanuit Delft kan je ook leuk wandelen. Op de eerste dag liepen we van Voorschoten door de Vlietlanden naar Leidschendam.

Dag 2 was voor het flinkere werk: van Katwijk naar Scheveningen.

En toen waren we zo moe dat dag 3 een lummeldagje werd. De cholerasingelwandeling in Rotterdam (slechts 8 kilometer) en inkopen doen bij Bever: wandelschoenen en -sokken voor mij, een rugzakje voor Pieter, een pet en nog een buff voor mij. Ik heb een ideale pet die open is aan de achterkant. Ik ben al jaren op zoek naar een vervanging en denk dat ik die nu heb gevonden. Gelukkig maar, want sinds Pieter de fietspomp op mijn oude heeft gelegd, zitten daar enorme smeervlekken op. Echt tijd voor een nieuwe dus.

Die cholerawandeling voerde ons langs diverse singels. Samen vormen die singels een lint van waterlopen aangelegd in de 19e eeuw rondom de oude binnenstad. Dit ‘Waterproject’ moest een oplossing bieden voor de problemen die in de 19e eeuw ontstonden door de explosieve groei van de ‘buitenstad’. Dit ging gepaard met belabberde hygiënische omstandigheden en een slechte waterkwaliteit: een dankbare voedingsbodem voor de cholerabacterie. Behalve het verbeteren van de waterkwaliteit diende het Waterproject als ordening voor de stedelijke groei en verfraaiing van de omgeving. De wandeling loopt door de oudste buitenwijken van Rotterdam.

En zo kwamen wij op drie achtereenvolgende dagen op plekken vlakbij Delft waar we nog niet eerder waren geweest.

Alweer thuis

Vandaag hadden we in Valkenburg (L) moeten zijn voor het tweede deel van onze wandelvakantie. Vanwege overstromingen is dat geannuleerd en dat is heel erg jammer, maar volkomen begrijpelijk. We gaan even bekijken hoe we deze week verder gaan inrichten. Er valt vast nog wel wat te wandelen vanuit onze luxe B&B in Delft 😀

Gisteren hebben wij de dag deels doorgebracht op de Mookerhei. mijn ouders gingen daar in 1953 een paar dagen op huwelijksreis. Er spookt en meteen weer twee liedjes door mijn hoofd: Jan Klaassen De Trompetter én Op de grote, stille heide. Allebei niet fijn als oorwurm 😫. Maar los daarvan was het een mooie en heuvelachtige wandeling. Een deel ging over het Pieterpad

Overal rondom Nijmegen kom je de Tweede Wereldoorlog tegen. Veel borden met foto’s en een stukje geschiedenis. En dat blijft indrukwekkend. Wij kunnen daar nu in vrijheid lopen dankzij al die jonge soldaten die dat met hun leven hebben moeten bekopen.

De tocht eindigde in Molenbeek. Daar pakten we de Arrivatrein naar Nijmegen. Onze rugzakken waren er ook veilig aangekomen.

Vandaag nog een bezoekje aan het Valkhof, een museum waarin de Romeinse geschiedenis van Nijmegen tentoongesteld wordt. Er was ook een interessante tijdelijke tentoonstelling over de pestepi- en pandemieën. In deze tijd extra indrukwekkend. En ook in de 14e eeuw waren er al complottheorie om de pest te verklaren. De mensheid is nog niet veel opgeschoten als je het goed bekijkt,

De pest gesymboliseerd

Nijmegen – Berg en Dal

De eerste echte wandeldag van onze vakantie! Gisteren telt niet helemaal mee, dat was vooral een reisdag. Aangekomen in Nijmegen hebben we een stadswandeling gemaakt met uitbreiding langs de Waal. Maar dat was toch vooral een beetje inlopen.

De weerberichten deden het ergste vermoeden. En telkens als ik wakker werd, hoorde ik de regen tegen het raam kletteren. Maar tot mijn verbazing was het vanmorgen droog. En eigenlijk bleef dat de hele dag zo. Af en toe een beetje gespetter en één keer een echte bui. Gelukkig was dat rond lunchtijd, dus een goed moment om even te schuilen en een omelet te eten.

De enige beperking was dat we niet door de uiterwaarden konden lopen. Die stonden redelijk blank. Dan maar over de dijk, ook mooi.

Een paar plaatjes voor een indruk van het landschap. Inmiddels zitten we in Berg en Dal in een hotel. En zing ik steeds over de postkoets die door berg en dal gaat.

Radman

Vorige maand zag ik op een zondag een bericht van Theater de Veste langskomen dat er datzelfde weekeind van vrijdag t/m zondag een reuzenrad op de Markt stond waar je een voorstelling in kan meemaken. Zelf noemen ze het een theaterbeleving. Het ging om Radman, van Het Zuidelijk Toneel in samenwerking met Schippers&VanGucht.

Niet geaarzeld, kaartjes gekocht en een uurtje later naar de Markt. Hè, waar is dat reuzenrad dan?? Kaartjes op de telefoon tevoorschijn gehaald: “Oooh, het weekeind van 9 t/m 11 juli pas.” Teleurgesteld hebben we toen maar op de Markt in het zonnetje geluncht. Maar wat in het vat zit, verzuurd niet, dus vandaag gingen we in de herkansing.

Ik ga er niet te veel over zeggen, maar het was een bijzonder half uurtje! Heel langzaam draait het rad en ga je in je gondeltje omhoog en weer omlaag. Uiteraard een prachtig uitzicht. En op de koptelefoon spreekt het reuzenrad alias Radman tot je. Hoe meer je in het verhaal meegaat, hoe mooier de beleving (om dat toch dat jeuk woord maar te gebruiken). Als Radman nog bij jou in buurt komt: een aanrader!

Hansken de olifant

Afgelopen zondag vierden wij dat we al 35 jaar een leuk stel zijn. Daarvoor waren we al 4 jaar nog-geen-stel, dus volgend jaar alweer ons 40-jarig jubileum. Maar zo ver is het nog niet.

Met een paracetamol in de mik omdat ik mij nog wat appelig voelde na de heftige bijwerkingen van de 2e prik vrijdag, was ik gelukkig fit genoeg om uit eten te gaan. We hadden een tafeltje gereserveerd bij Elea in Rijswijk. In de Herenstraat zagen wij voor het eerst een bankje met zes olifanten. Huh, stond dat er al eerder en waren we daar steeds aan voorbijgelopen? Of was het nieuw?

Het bleek gloednieuw te zijn. Bij de koffie na het eten kregen we er uitleg over. Het is een waar gebeurd verhaal. Hansken was een olifant (dat dachten we al) die in de 17e eeuw door Europa reisde. Zij is in 1630 in Ceylon geboren en overleed in 1655 in Florence. Nog piepjonge voor een olifant. Ze werd tijdens haar leven door diverse kunstenaars vastgelegd, waaronder Rembrandt van Rijn en Stefano della Bella.

Hansken, schets van Rembrandt

Hansken werd in 1632 naar Holland verscheept door de VOC vanuit Batavia. Ze werd cadeau gedaan aan de stadhouder Frederik Hendrik van Oranje, die om enkele exotische dieren had verzocht. De eerste poging om een olifant naar de stadhouder te zenden was mislukt. Dit schip verging toen er brand uitbrak aan boord. In 1633 kwam Hansken aan, tegelijkertijd met onder andere een luipaard en een hert. Na een verblijf in Rijswijk in het paleis van de stadhouder werd zij een paar keer doorverkocht. Kennelijk was de stadhouder toch niet zo blij met haar.

Met een van haar latere eigenaars trok zij langs kermissen in Europa. Hansken kon diverse kunstjes, zoals het afvuren van een pistool, het optillen van haar voorste poten, het maken van een buiging, het zwaaien met een sabel en het afnemen van een hoed. De populairste waren de kunstjes waarbij het publiek bij betrokken werd. Zo kon Hansken een vermeende dief in het publiek aanwijzen en ontmaskeren.

Ze kwam nog met regelmaat terug in Nederland, maar reisde uiteindelijk via Denemarken, Duitsland en Zwitserland naar Italië. Daar stierf zij waarschijnlijk aan een infectie. Het goede nieuws is dat haar skelet nog te zien in Florence in het Museo della Specola. Wij gaan haar daar zeker opzoeken zodra we weer in Florence zijn.

De winkeliersvereniging Oud-Rijswijk besloot Hansken op een andere manier te eren namelijk met een bankje en een koekblik. Bij Elea komen daar de friandises bij de koffie in. Je kan het slechter treffen als dode olifant.

Koekblik met Hansken