Zwijmelen op zaterdag (2)

Vandaag een nummer dat ik voor het eerst hoorde toen ik een jaar of 10 was. Bij de supermarkt in de buurt verkochten ze ook lp’s en van mijn zakgeld kocht ik een verzamelplaat met – voor mij – vooral onbekende nummers. De plaat startte met Sylvia’s mother van Dr Hook & The Medicine Show. Ik was meteen verkocht. Met mijn oude platenspeler was het wel een heel gedoe om steeds weer de naald op te tillen en terug te zetten net voor de eerste groef, maar ik draaide het nummer grijs. En ik vind het nog steeds mooi!

Voor meer Zwijmels op zaterdag, of als je ook zin hebt om mee te doen ga je naar Natasja van ’t Pumpke

Aanvullend naar aanleiding van de vraag van collega W wie die piraat is. Dat heb ik even na gezocht in de biografie van Dr Hook & The De Show:
Dr. Hook is in 1969 opgericht door George Cummings die zijn vrienden Dennis Locorriere, Ray Sawyer en Billy Francis uitgenodigd had. De eerste jaren hebben ze rond de oostkust en het middenwesten van de VS gespeeld. Toen ze een keer een naam moesten hebben voor een aanplakbiljet, bedacht Cummings ‘Dr. Hook & The Medicine Show: Tonic for the Soul’, geïnspireerd op de rondreizende medicijnshows van het oude Westen. Echter, velen dachten dat Ray Sawyer Dr. Hook was omdat zijn ooglapje (gevolg van een bijna-fataal auto-ongeluk in 1967) associaties opwekte met Kapitein Haak uit Peter Pan.

Dor blaadje

Ik heb een oude hobby nieuw leven ingeblazen. Na het eerste testprobeerseltje was ik er niet meer mee verder gegaan, maar het zat nog wel in mijn achterhoofd: ansichtkaarten borduren. Online cursus gevolgd, spullen verzameld en hup aan de slag met het eerste echte werkje.

Uit de inboedel van mijn moeder was een stapeltje kaarten meegekomen die door de Hortus in Leiden waren uitgegeven. Kaarten met foto’s en tekeningen van bloemen en planten, die gemaakt waren door de botanisch tekenaar/fotograaf Ruth van Crevel. Zij was een collega (en leeftijdgenoot) van mijn vader. Vroeger maakte zij ook af en toe foto’s van mijn moeder, mijn zus en mij, die wij dan cadeau deden aan mijn vader voor op zijn bureau. Zo ging dat toen.

Lang verhaal kort, ik begon met een dor blaadje, want dat zag er wel gemakkelijk uit voor een eerste (of tweede) werkje. Ik vond het nogal geslaagd en stuurde het resultaat naar mijn zus. Vooral eigenlijk omdat het eigenlijk via mijn moeder kwam en omdat het van Ruth kwam. een soort jeugdsentiment.

De volgende dag las ik zoals gewoonlijk De Volkskrant. In de rubriek “Eeuwig leven” worden mensen herdacht die nog niet heel lang geleden zijn overleden. Die ochtend ging de rubriek over Ruth van Crevel.

Een mooi im memoriam over een vrouw aan wie ik de laatste 40 jaar maar zeer zelden heb gedacht, maar die toevallig de afgelopen week even erg aanwezig was. Ik geloof heel erg in toeval, maar had toch een beetje kippenvel.

Heidertjedei

Laatst opperde ik dat collega P – die maar niet antwoordde in onze groepsapp – waarschijnlijk op heidertjedei was. Collega C riep direct ‘boomer’ (haar geliefkoosde uitdrukking voor Collega P en mij) en vroeg wat dat dan precies zou zijn, dat heidertjedei. “Weet jij dat niet?” vroeg ik verontwaardigd. Ervan overtuigd dat iedereen deze uitdrukking kent, was ik daarna extra verbaasd dat mede-boomer P ook geen idee had.

Mijn moeder ging vroeger regelmatig op heidertjedei. Het betekent zoiets als met vriendinnen de hort op. Ze kwam altijd uitermate tevreden en vrolijk thuis van zo’n dagje boemelen en ik nam mij als kind voor om later ook veelvuldig op heidertjedei te gaan.

Ik vroeg mijn zus of zij wist waar heidertjedei vandaan komt, maar zij dacht eigenlijk ook dat het een gewone, Nederlandse uitdrukking was. “Misschien is het Brabants?” opperde zij nog. Dat zou kunnen, want onze moeder is in Roosendaal opgegroeid. Of misschien toch een Vlaardings familiewoord?

Onze Taal moest uitkomst brengen. Ik stelde mijn vraag en kreeg een dag later al een teleurstellend antwoord. “Helaas hebben we niets over ‘heidertjedei’ kunnen vinden. We vermoeden dat het familietaal is, een uitdrukking die alleen in kleine kring gebruikt werd; het is ons niet gelukt om iets te vinden wat erop lijkt.”

Familietaal dus en met uitsterven bedreigd door gebrek aan nakomelingen bij zus en mij. Gelukkig heb ik collega C bereid gevonden om de uitdrukking op haar kinderen over te dragen. En aangezien zij vaak en uitgebreid op heidertjedei gaat, zal dat vast wel lukken!

Weekje Montpellier

We zijn op de helft van ons weekje vakantie in Montpellier. Wat fijn om na bijna 3 jaar afwezigheid hier weer te zijn.

De eerste dag hebben we met onze buren uit Delft, die met de camper vlakbij waren, de stad doorkruist. Leuk om met nieuwe ogen rond te kijken. Buuf M werd nog midden op de Place de la Comédie ten huwelijk gevraagd. De man in kwestie (niet buurman H) viel op één knie en wuifde het excuus dat M al een mari had onverschillig ter zijde. “Waarom trek ik altijd van die rare snuiters aan?” verzuchtte M. Volgens mij doelde zij hiermee niet op haar bloedeigen mari H, maar zeker weten doe ik het niet.

De dagen erna rommelen we wat in het rond. Oude bekende wandeling naar Latte langs de rivier, shoppen bij Armand Thierry, terrasjes, lekker genieten van de stad, het mooie weer en de goede herinneringen die boven komen. Ik hou het nog wel even uit hier.

Bibliotheken

Gisteren begon ik in een nieuw boek. Ik realiseer me dat ik hier eigenlijk nooit over boeken schrijf, terwijl het toch een van mijn grootste hobby’s is. Dus laat ik daar eens verandering in brengen. Ik had het boek De bibliotheek van Parijs gekocht en meteen op de eerste bladzijde was ik al enthousiast. De hoofdpersoon van het boek, Odile, is namelijk helemaal gek van de Dewey code (officieel heet het Dewey Decimale Classificatiesysteem). De methode om bibliotheekboeken op onderwerp in te delen.

Ik maakte er voor het eerst echt kennis mee toen ik in 2006 bij de Amerikaanse bibliotheek in Montpellier ging werken. Natuurlijk kende ik uit Nederland die stickertjes wel op de rug van bibliotheekboeken, maar in de systematiek ervan had ik mij nooit verdiept. Dat werd anders in de Amerikaanse bibliotheek, want daar ging ik code voor code alle boeken controleren. Superleuk! Meer over die Amerikaanse bibliotheek en Françoise die daar de scepter zwaaide, staat te lezen in mijn oude weblog.

De bibliotheek van Parijs gaat ook over een Amerikaanse bibliotheek en Odile heeft alle Dewey codes uit haar hoofd geleerd. Ik kan mij daar van alles bij voorstellen. Na mijn project bij Françoise heb ik er serieus over gedacht om alsnog een bibliotheekopleidng te gaan doen. Maar ja, ik had al een werkonderbreking gehad om filosofie te studeren en 3 jaar in Frankrijk doorgebracht, dus terug in Nederlnad was het hoog tijd om weer eens betaald aan de slag te gaan. Gelukkig mag ik voor mijn werk veel lezen en bestaat er ook in de medische wereld een classificatiesysteem: de ICD-10 (de tiende versie van de International Classification of Diseases). Niet dat ik daar nu iets mee doe (voor de geïnteresseerde lezer: hart- en vaatziekten is I00-I99), maar wie weet kan ik ooit nog eens in een medische bibliotheek aan de slag. Mijn allereerste baantje bij een verzekeringsmaatschappij bracht mij met de ICD-10 in aanraking. Misshien kan ik daar een keer een apart logje aan wijden. Er werkten niet veel, maar wel heel bijzondere mensen. Waarvan de aan alcohol verslaafde medisch directeur nog niet eens de gekste was. Maar goed ik dwaal af. Ik ga snel weer lezen, want ik ben benieuwd hoe het Odile zal vergaan in de bibliotheek in Parijs.

De Centrale fka De Koornbeurs

In het centrum van Delft naast de Visbanken staat een prachtig gebouw: de Koornbeurs. Het heeft in de loop der tijd diverse functies gehad. Ooit begonnen als vleeshal, in het begin van de vorige eeuw nog een poosje champignonkwekerij geweest en veilingplaats voor eieren en paardenmest. Leuke combinatie ook. In 1939 werd de kelder ingericht als commandocentrum voor de Delftse luchtbescherming. Sinds de jaren 60 is het verenigingsgebouw van studentenvereniging SSR Delft; later omgedoopt tot OJV De Koornbeurs, niet meer alleen voor studenten, maar voor alle jongeren.

De Koornbeurs had in de jaren 90 toen wij in Delft kwamen wonen een openbare eettafel waar (voornamelijk) studenten kwamen eten. Maar er was ook een tafel waar gepensioneerde hippies samenkwamen. Tot onze verbazing aten ook onze vrienden E&E – toen allang geen studenten meer – in de Koornbeurs. Elke werkdag van maandag t/m vrijdag. Lekker makkelijk en dan had je een fijn lange avond. Het leek mij drie keer niks.

Maar toen wij in 2001 twee weken onze keuken niet konden gebruiken wegens verbouwing gingen wij toch met ze mee. Elke avond klokslag 18 uur troffen we elkaar bij de ingang. Ik gewapend met tafelkleedje en waxinelichtjes, want het moet wel een beetje gezellig zijn. De Koornbeurs met zijn formicatafeltjes en nauwelijks verlichting had namelijk een nogal morsige uitstraling. Het eten bleek enorm smakelijk. Na afloop gingen we bij het Boterhuis nog een kopje koffie drinken. Prima tijdelijke oplossing.

Sinds begin deze eeuw was er wel steeds gedoe met de kok, werd het pand eigenlijk ook te duur voor de vereniging. De eettafel is uiteindelijk verdwenen en de vereniging zit alleen nog in de kelder. In de rest van het gebouw is tegenwoordig een restaurant gevestigd: De Centrale. Gisteravond hebben wij er met E&E gegeten. Beetje nostalgisch zitten zwijmelen…. Nou, nee, dat dan weer niet. Nostalgie is niet helemaal ons ding. Maar het was weer gezellig en het eten was overheerlijk. Ik had geen tafelkleedje of waxinelichtjes bij me, maar dat was gelukkig ook niet nodig. Hoewel het keukengedeelte op de bovenverdieping met de afhaalbalie er nog precies hetzelfde uitzag, was het restaurantgedeelte aanzienlijk minder obscuur dan vroeger.

Vaccinatie

Vandaag kreeg ik mijn eerste prik! Hieperdepiep. In de prikstraat in Rijswijk in de Broodfabriek. Het was prima georganiseerd, overal behulpzame mensen in gele hesjes die voortdurend vertelden waar je naartoe moest. De prikdame zette vastberaden de naald in mijn bovenarm, plakte een pleister en klaar was het. Zij leek zo sprekend op iemand uit mijn verleden, dat het bijna eng was. Ik keek nog eens goed, maar nee, zij was het niet. Maar ik was wel in een keer terug in het jaar 2000. En dacht aan Janny.

In 2000 studeerde ik filosofie, gewoon voor de lol. Maar omdat ik ook nog iets wilde doen voor het nut van het algemeen, had ik mij als vrijwilliger aangemeld bij een Delftse welzijnsorgansiatie. Ik werd coördinator vrijwilligers bij een project dat eenzame Delftenaren koppelde aan goedbedoelende vrijwilligers, waar overigens vaak een steekje aan los zat. Dat gold ook voor het bestuur van deze organisatie waar Janny deel van uitmaakte. Samen met Bettie was zij verantwoordelijk voor mijn project. Bij het inwerken werd ik knettergek van hen. Bettie en Janny kenden elkaar al jaren en waren behalve professioneel bestuurslid, ook dikke vriendinnen. Mijn inwerkperiode werd gekenschetst door hun dialogen waarin zij continu elkaars naam noemden: “Janny, wat zullen wij doen met de vraag van XYZ?” “Ik weet het niet, Bettie. Maar zeg eens Bettie, is er al iets bekend over ABC?” “Geen idee Janny. Maar hoe zullen we vandaag de werkzaamheden verdelen, Janny?” En dan opeens “Bettie, hoe was je daagje uit gisteren?” “Nou, Janny, wat leuk dat je het vraagt, het was geweldig gezellig.” Enzovoorts enzoverder. De Janny’s en de Betties vlogen mij om de oren. Thuis had ik het alleen nog maar over Bettie, van Janny en Bettie en over Janny, van Bettie en Janny. Pieter werd er ook horendol van.

Janny was oud-verpleegkundige en oud-lerares Duits. Zij was strict en streng en niemand kreeg zomaar een vrijwilliger toegewezen vanwege vermeende eenzaamheid. Bettie was boerin en had 8 kinderen grootgebracht. Haar hart was groot en zij vond iedereen zielig. Samen werkten zij mij in en ik kreeg dus volstrekt tegenstrijdige signalen over het beleid van de organisatie. Dat was verder prima, want zodoende kon ik mijn eigen plan trekken.

De Janny van vanmiddag leek waarschijnlijk alleen maar op de echte Janny omdat zij ook oud-verpleegkundige was. Zonder iemand te willen beledigen, herken je hen uit duizenden. Vastberaden, beetje pinnig, professioneel meelevend. Daarnaast zijn ze vaak ook gezellig, humoristisch en goed vriendinnenmateriaal. Maar dat geldt dan weer niet voor Janny.

Terug naar Rotterdam

Samen met vriendin D ging ik vrijdag naar Rotterdam naar het Erasmus MC. Ooit hebben we daar samen geneeskunde gestudeerd en nu werkt de jongste dochter van D er als arts-onderzoeker. Wij deden mee aan haar onderzoek als gezonde proefpersonen. Dochter L doet iets ingewikkeld, maar kort samengevat meet zij het zuurstofverbuik van cellen. Heel interessant onderzoek, dat mogelijk ooit een sleutel gaat opleveren om mensen met extreme vermoeidheid bijvoorbeeld na chemotherapietherapie te begrijpen en te behandelen. Zo ver is het nog niet, maar wat zou dat mooi zijn!

Wij hoefden zelf niets ingewikkelds te doen gelukkig. De dag ervoor een pleister met een bepaald stofje op de huid van het borstbeen plakken en in het ziekenhuis werden er met laser metingen gedaan op de huid. En we moesten een buisje bloed afstaan. Na afloop kregen we een rondleiding door het laboratorium waar alle waarden geanalyseerd worden. Echt leuk om weer rond te kijken op de plek waar wij bijna 40 jaar geleden onze practica deden. Net voor we weer zouden vertrekken, bleek mijn buisje met bloed kapotgecentrifugeerd. Ik mocht dus opnieuw een priksessie ondergaan. Alles voor de wetenschap 😀.

Inmiddels was het 13 uur en hoog tijd voor een lunch in het personeelsrestaurant. Daar herinneren vriendin D en ik ons opeens de koffiebar van vroeger. De faculteit was destijds erg vooruitstrevend met een heuse koffiebar waar je allerlei – toen exotische – soorten koffie kon drinken. Wij spraken daar altijd af een kwartiertje voor de colleges en practica begonnen en dronken dan bijvoorbeeld een panna montata. Bij de herinnering leefden we helemaal op. Dochter L en haar collega keken ons medelijdend aan. Je zag ze denken: “Arme boomers.” L zei behulpzaam: “Er zit hier in het ziekenhuis een Doppio, een Starbucks en een AH-to-go. Dus als jullie koffie willen….”

Tja, niet alles was vroeger beter.

Schrijfles in de herhaling

Na mijn vorige blogje bedacht ik in een conversatie met vriendin N dat ik al belachelijk veel schrijfcursussen heb gevolgd in mijn leven. Zelfs in Frankrijk ambieerde ik het schrijverschap. Daar volgde ik een semester lang de lessen van madame B waarin ik creatief hoopte te leren schrijven. Hier staat de eerste les beschreven. Het werd niet echt beter.

Inmiddels was ik helemaal vergeten waar die B voor stond. Ik zie haar nog voor mij en kan ook haar stem nog horen, maar haar naam? Na een lange speurtocht op internet en doordat ik mij uiteindelijk haar voornaam, Marie-Laure, weer herinnerde, vond ik haar naam terug. Jammer genoeg is de hele Cercle d’écriture onvindbaar, dus ik denk dat dat uiteindelijk toch een fiasco is gebleken. Zoiets als mijn aspiraties om een roman te gaan schrijven. Hoewel, dat kan nog komen. Moed verloren al verloren. En een weblog is best een mooi oefenterrein.