Vaccinatie

Vandaag kreeg ik mijn eerste prik! Hieperdepiep. In de prikstraat in Rijswijk in de Broodfabriek. Het was prima georganiseerd, overal behulpzame mensen in gele hesjes die voortdurend vertelden waar je naartoe moest. De prikdame zette vastberaden de naald in mijn bovenarm, plakte een pleister en klaar was het. Zij leek zo sprekend op iemand uit mijn verleden, dat het bijna eng was. Ik keek nog eens goed, maar nee, zij was het niet. Maar ik was wel in een keer terug in het jaar 2000. En dacht aan Janny.

In 2000 studeerde ik filosofie, gewoon voor de lol. Maar omdat ik ook nog iets wilde doen voor het nut van het algemeen, had ik mij als vrijwilliger aangemeld bij een Delftse welzijnsorgansiatie. Ik werd coördinator vrijwilligers bij een project dat eenzame Delftenaren koppelde aan goedbedoelende vrijwilligers, waar overigens vaak een steekje aan los zat. Dat gold ook voor het bestuur van deze organisatie waar Janny deel van uitmaakte. Samen met Bettie was zij verantwoordelijk voor mijn project. Bij het inwerken werd ik knettergek van hen. Bettie en Janny kenden elkaar al jaren en waren behalve professioneel bestuurslid, ook dikke vriendinnen. Mijn inwerkperiode werd gekenschetst door hun dialogen waarin zij continu elkaars naam noemden: “Janny, wat zullen wij doen met de vraag van XYZ?” “Ik weet het niet, Bettie. Maar zeg eens Bettie, is er al iets bekend over ABC?” “Geen idee Janny. Maar hoe zullen we vandaag de werkzaamheden verdelen, Janny?” En dan opeens “Bettie, hoe was je daagje uit gisteren?” “Nou, Janny, wat leuk dat je het vraagt, het was geweldig gezellig.” Enzovoorts enzoverder. De Janny’s en de Betties vlogen mij om de oren. Thuis had ik het alleen nog maar over Bettie, van Janny en Bettie en over Janny, van Bettie en Janny. Pieter werd er ook horendol van.

Janny was oud-verpleegkundige en oud-lerares Duits. Zij was strict en streng en niemand kreeg zomaar een vrijwilliger toegewezen vanwege vermeende eenzaamheid. Bettie was boerin en had 8 kinderen grootgebracht. Haar hart was groot en zij vond iedereen zielig. Samen werkten zij mij in en ik kreeg dus volstrekt tegenstrijdige signalen over het beleid van de organisatie. Dat was verder prima, want zodoende kon ik mijn eigen plan trekken.

De Janny van vanmiddag leek waarschijnlijk alleen maar op de echte Janny omdat zij ook oud-verpleegkundige was. Zonder iemand te willen beledigen, herken je hen uit duizenden. Vastberaden, beetje pinnig, professioneel meelevend. Daarnaast zijn ze vaak ook gezellig, humoristisch en goed vriendinnenmateriaal. Maar dat geldt dan weer niet voor Janny.

Terug naar Rotterdam

Samen met vriendin D ging ik vrijdag naar Rotterdam naar het Erasmus MC. Ooit hebben we daar samen geneeskunde gestudeerd en nu werkt de jongste dochter van D er als arts-onderzoeker. Wij deden mee aan haar onderzoek als gezonde proefpersonen. Dochter L doet iets ingewikkeld, maar kort samengevat meet zij het zuurstofverbuik van cellen. Heel interessant onderzoek, dat mogelijk ooit een sleutel gaat opleveren om mensen met extreme vermoeidheid bijvoorbeeld na chemotherapietherapie te begrijpen en te behandelen. Zo ver is het nog niet, maar wat zou dat mooi zijn!

Wij hoefden zelf niets ingewikkelds te doen gelukkig. De dag ervoor een pleister met een bepaald stofje op de huid van het borstbeen plakken en in het ziekenhuis werden er met laser metingen gedaan op de huid. En we moesten een buisje bloed afstaan. Na afloop kregen we een rondleiding door het laboratorium waar alle waarden geanalyseerd worden. Echt leuk om weer rond te kijken op de plek waar wij bijna 40 jaar geleden onze practica deden. Net voor we weer zouden vertrekken, bleek mijn buisje met bloed kapotgecentrifugeerd. Ik mocht dus opnieuw een priksessie ondergaan. Alles voor de wetenschap 😀.

Inmiddels was het 13 uur en hoog tijd voor een lunch in het personeelsrestaurant. Daar herinneren vriendin D en ik ons opeens de koffiebar van vroeger. De faculteit was destijds erg vooruitstrevend met een heuse koffiebar waar je allerlei – toen exotische – soorten koffie kon drinken. Wij spraken daar altijd af een kwartiertje voor de colleges en practica begonnen en dronken dan bijvoorbeeld een panna montata. Bij de herinnering leefden we helemaal op. Dochter L en haar collega keken ons medelijdend aan. Je zag ze denken: “Arme boomers.” L zei behulpzaam: “Er zit hier in het ziekenhuis een Doppio, een Starbucks en een AH-to-go. Dus als jullie koffie willen….”

Tja, niet alles was vroeger beter.

Schrijfles in de herhaling

Na mijn vorige blogje bedacht ik in een conversatie met vriendin N dat ik al belachelijk veel schrijfcursussen heb gevolgd in mijn leven. Zelfs in Frankrijk ambieerde ik het schrijverschap. Daar volgde ik een semester lang de lessen van madame B waarin ik creatief hoopte te leren schrijven. Hier staat de eerste les beschreven. Het werd niet echt beter.

Inmiddels was ik helemaal vergeten waar die B voor stond. Ik zie haar nog voor mij en kan ook haar stem nog horen, maar haar naam? Na een lange speurtocht op internet en doordat ik mij uiteindelijk haar voornaam, Marie-Laure, weer herinnerde, vond ik haar naam terug. Jammer genoeg is de hele Cercle d’écriture onvindbaar, dus ik denk dat dat uiteindelijk toch een fiasco is gebleken. Zoiets als mijn aspiraties om een roman te gaan schrijven. Hoewel, dat kan nog komen. Moed verloren al verloren. En een weblog is best een mooi oefenterrein.

De cursus

Afgelopen weekeind las ik een boek met deze titel. Het gaat over negen mensen die een schrijfcursus volgen bij een gerenommeerde schrijver. De schrijver woont op zijn eigen, verder onbewoonde, eiland. Mobiele telefoons en laptops zijn streng verboden, want zij staan de concentratie in de weg. Eens per week komt er een bootje langs met boodschappen. De cursisten worden afgezet door de schipper en over een week komt hij hen weer ophalen. tot zo ver de sfeertekening.

Het deed mij denken aan een ervaring die ik in een ver verleden had. Ik volgde een tweejarige opleiding op het toen vrij nieuwe gebied van de patiëntenvoorlichting. Mijn vrijwilligerswerk in het Patiënten Informatiecentrum in het Erasmus MC wilde ik graag omzetten in betaald werk. Een opleiding zou mijn kansen daarop vast vergroten, dacht ik. Dus ik schreef mij in voor het eerste jaar bij de Hogeschool Rotterdam. Elke twee weken was er een lesavond en drie keer per jaar een midweek – van maandag tot vrijdag dus – op een Sporthuis Centrum terrein. Daar zouden we dan een verdiepingsslag maken of zoiets… Ik had kunnen weten dat dat niet echt mijn ding zou zijn. We moesten de hele tijd samenwerken, de medecursisten waren vrij verschrikkelijk, we moesten zelf voor ons eten en drinken zorgen en de docent was volstrekt incapabel. Op dag twee wilde ik al weg. Ik sliep in een huisje met de enige leuke andere cursist Hetty. Wij besloten dat we even weg moesten om in de dichtstbijzijnde stad koffie te drinken. Dat was geen sinecure, want we moesten de portier bedreigen voordat hij de slagboom van het terrein voor ons omhoog wilde doen. “Het is niet de bedoeling dat jullie het terrein verlaten, dames!” riep hij ons nog na. Des te lekkerder smaakte de koffie.

Op woensdag arriveerde het hele gezin van de docent. Zij bleven na ons vertrek op vrijdagochtend nog tot zondag. Opeen begreep ik waarom wij niet in een hotel met eten waren ondergebracht. Daar is het veel lastiger om je hele gezin naar binnen te smokkelen.

Ik ben na een jaar gestopt met de opleiding. Inmiddels had ik een baan in de patiëntenvoorlichting  en daar leerde ik in de praktijk uiteindelijk veel meer dan op een Sporthuis Centrumterrein.

Maar nu – 30 jaar later – besef ik pas dat ik er goed vanaf gekomen ben. Op het onbewoonde eiland van de schrijver werd een voor een bijna iedereen vermoord.

Nostalgie

Tijdens het luisteren naar een liedje van Vitaa (zonder L) en Slimane waarin zij tig keer “C’est pas la peine” zingen, werd ik patsboem 13 jaar in de tijd teruggevoerd. Wij woonden toen in Montpellier en ik was vrijwilliger in de ziekenhuisbibliotheek van een van de ziekenhuizen in de stad. Ik heb daar destijds een blogje over geschreven en dat staat hier.

Naar Michelle-met-de-hamertenen heb ik geen heimwee, maar naar de rest van die tijd wel. En ook naar Jacqueline die de eerste tijd mijn bibliotheekmaatje was. Zij maakte mij ook wegwijs in de ingewikkelde Franse beleefdheidscultuur. Opgewekt vertelde ze mij op de eerste dag dat wij van de bibliotheekgroep elkaar allemaal tutoyeerden. Dat leek mij gemakkelijk te onthouden en net zoals ik in Nederland gewend was, dus ik knikte. Dat was te vroeg gejuicht, want, zo vertelde Jacqueline: “We tutoyeren iedereen, behalve Françoise, want zij is de présidente van de vrijwilligersorganisatie.” Daar kon ik wel inkomen, qua Franse beleefdheid, dus ik knikte nog maar eens instemmend. Jacqueline vervolgde: “En natuurlijk Hélène ook niet, want zij is de oud-présidente.” Ja, oké, duidelijk. Maar Jacqueline was nog niet klaar met de uitzonderingen. We hadden ook Marguerita nog, die was te oud om te tutoyeren. En Josette, haar man was iets belangrijks. Ik telde na wie ik dan wel mocht tutoyeren en kwam toch nog op een vrouw of drie.

Ondanks of misschien wel dankzij dit soort cultuurverschillen was het leuk om in zo’n typisch Frans clubje mee te draaien. En nu heb ik heel veel zin om een weekje met vakantie naar Montpellier te gaan!

3x3x3

Is 27 jaar getrouwd. Gisteren om precies te zijn. En het was bijna net zulk mooi weer als 27 jaar geleden. Toen konden we in de stralende zon vanuit huis naar het stadhuis wandelen en vervolgens naar de Lutherse kerk. Onderweg mooie foto’s bij de Oude Kerk. Het was een supermooie dag.

Gisteren hebben we maar weer een rondje Delftse Hout gewandeld, een boomkabouter gespot en teruggedacht aan onze totaal verregende huwelijksreis in Luxemburg.

’s Avonds bezorgde Elea een overheerlijk 4-gangendiner bij ons thuis. Zo kun je zelfs in de lockdown van je trouwdag genieten 😀.