Een maand later …

Tjonge, zolang niet geschreven en dat terwijl er weer zoveel meer mag en kan. Waarom heb ik ons nachtje in landgoed Duin en Kruidberg niet beschreven? Heerlijk gegeten, goed gezelschap (zus en zwager, altijd gezellig) en een rioollucht in de slaapkamers. OkƩ, dat laatste was minder fijn.

Of het etentje voor Pieters verjaardag afgelopen vrijdag? Als vanouds bij Einstein, waar de eigenaren Robert en Eva maar net op tijd genezen waren van Covid en dus weer voor ons konden koken.

Of het gezellige koffiedrinken en wandelen met collega Q en oud-collega C in de lockdowntijd. Maar wel in Rotterdam (šŸ’™) op het Eiland van Brienenoord. Echt een aanrader! Inclusief 3 grote grazers.

Voor het eerst in jaren weer een Escaperoom gedaan met vrienden F en K in een oude wijnkelder in Delft. Dat was ook al zo heerlijk! We waren onze routine totaal kwijt, maar het was Ć©n een leuke escaperoom Ć©n supergezellig dat het weer mocht. Dat laatste was dan weer te danken aan de Kamer van Koophandel, die deze escaperoom heeft ingeschreven als een sportaccomodatie šŸ˜Æ. En dat terwijl ik anti-sport ben.

Ook niet te vergeten de diverse “weg-met-corona-feestjes-mĆ©t-bubbels” bij onze buren vanwege verjaardagen en pensioenen. Het helpt trouwens echt. Sinds maart 2020 hebben wij heel lang min of meer uitsluitend contact met onze viendburen gehad. Om covid buiten de deur te houden dronken wij bij elk etentje bubbels in diverse soorten en maten. En kijk: het bewijs is geleverd! Bubbels maken je immuun voor covid. Niemand van ons vieren is besmet geraakt. Shout-out for bubbels!

Vorige week weer een dagje naar kantoor geweest. Totaal uitgestorven, maar reuze gezellig met de paar collega’s die er wel waren. Nu maar hopen dat het binnenkort ook weer mag zonder heel goede redenen in 4-voud ingediend en goedgekeurd door het afdelingshoofd Ć©n het hoofd van de kantoorfaciliteiten. Ik kijk er wel naar uit, af en toe. Kantoortuin op de koop toenemend.

Nou, ik weet niet waarom ik hier niet allemaal uitgebreide verhalen van heb gemaakt, maar ik beloof beterschap.

Na-de-vakantieblues

Na twee heerlijke weken zonder wekker moest ik er gisteren weer aan geloven. Dat viel nog niet mee. Werken is een ding, maar het bijbehorende vroege opstaan is iets heel anders.

Mijn wekker is een muziekje. Normaal gesproken heb ik altijd elke dag een liedje over die desbetreffende dag. Op maandag is dat bijvoorbeeld ‘I Don’t Like Mondays’ van The Boomtown Rats. Maar na een vakantie zet ik de eerste week/weken meestal deze op:

Als ik op een gegeven moment terugkeer naar de dagdagelijkse liedjes, ben ik kennelijk weer aan het gewone werkleven gewend.

Bibliotheken

Gisteren begon ik in een nieuw boek. Ik realiseer me dat ik hier eigenlijk nooit over boeken schrijf, terwijl het toch een van mijn grootste hobby’s is. Dus laat ik daar eens verandering in brengen. Ik had het boek De bibliotheek van Parijs gekocht en meteen op de eerste bladzijde was ik al enthousiast. De hoofdpersoon van het boek, Odile, is namelijk helemaal gek van de Dewey code (officieel heet het Dewey Decimale Classificatiesysteem). De methode om bibliotheekboeken op onderwerp in te delen.

Ik maakte er voor het eerst echt kennis mee toen ik in 2006 bij de Amerikaanse bibliotheek in Montpellier ging werken. Natuurlijk kende ik uit Nederland die stickertjes wel op de rug van bibliotheekboeken, maar in de systematiek ervan had ik mij nooit verdiept. Dat werd anders in de Amerikaanse bibliotheek, want daar ging ik code voor code alle boeken controleren. Superleuk! Meer over die Amerikaanse bibliotheek en FranƧoise die daar de scepter zwaaide, staat te lezen in mijn oude weblog.

De bibliotheek van Parijs gaat ook over een Amerikaanse bibliotheek en Odile heeft alle Dewey codes uit haar hoofd geleerd. Ik kan mij daar van alles bij voorstellen. Na mijn project bij FranƧoise heb ik er serieus over gedacht om alsnog een bibliotheekopleidng te gaan doen. Maar ja, ik had al een werkonderbreking gehad om filosofie te studeren en 3 jaar in Frankrijk doorgebracht, dus terug in Nederlnad was het hoog tijd om weer eens betaald aan de slag te gaan. Gelukkig mag ik voor mijn werk veel lezen en bestaat er ook in de medische wereld een classificatiesysteem: de ICD-10 (de tiende versie van de International Classification of Diseases). Niet dat ik daar nu iets mee doe (voor de geĆÆnteresseerde lezer: hart- en vaatziekten is I00-I99), maar wie weet kan ik ooit nog eens in een medische bibliotheek aan de slag. Mijn allereerste baantje bij een verzekeringsmaatschappij bracht mij met de ICD-10 in aanraking. Misshien kan ik daar een keer een apart logje aan wijden. Er werkten niet veel, maar wel heel bijzondere mensen. Waarvan de aan alcohol verslaafde medisch directeur nog niet eens de gekste was. Maar goed ik dwaal af. Ik ga snel weer lezen, want ik ben benieuwd hoe het Odile zal vergaan in de bibliotheek in Parijs.

High tea met henna

Vorige week had collega M ons uitgenodigd op een high tea waarbij wij een hennaversiering konden laten zetten. Het was een supergezellig middag. M dacht dat wij allemaal 6 weken geen eten hadden gehad. Bovendien vreesde ze dat we de zes weken erna geen tijd zouden hebben om boodschappen te doen. Dat was allemaal niet zo, maar wij lieten het ons toch maar aanleunen allemaal. We hebben enorm zitten genieten van alle overheerlijke hapjes die klaarstonden. En aangevuld werden. En nog eens aangevuld werden. Er bleef ook nog wat over. Dat kregen we mee naar huis in twee gebaksdoosjes (twee doosjes per persoon šŸ˜). Voor thuis, net nIet genoeg voor zes weken. Maar wel nog de hele week ruimschoots van gesnoept met zijn tweeĆ«n.

Om beurten mochten we aanschuiven voor de hennabehandeling. Sommige collegaā€™s lieten Ć©Ć©n hand doen, andere twee handen of zelfs twee voeten. De hennamevrouw maakte er prachtige kunstwerken voor Ć©n allemaal anders.

Na het aanbrengen van de hennepzaad moest het eerst een tijd intrekken. Pas als het ging brokkelen, mocht de henna afgespoeld worden met olie. Eerst is de tekening nog lichtoranje, maar na 24 uur was het al een stuk donkerder. En na 48 uur is de kleur het meest intens. Leuk proces om op je eigen handen te volgen

Naast de heerlijke hapjes, de mooie hennaversiering en de gezelligheid, werd de feestvreugde nog verhoogd door Dunja en Dusha. Twee Ć¼berschattige vogels. Ze kwamen na een uurtje wennen gezellig op mijn rug en schouder zitten en ik had ze bijna in mijn fietstassen mee naar huis genomen. Ik dacht nog net op tijd aan Ouranos.

Vaccinatie

Vandaag kreeg ik mijn eerste prik! Hieperdepiep. In de prikstraat in Rijswijk in de Broodfabriek. Het was prima georganiseerd, overal behulpzame mensen in gele hesjes die voortdurend vertelden waar je naartoe moest. De prikdame zette vastberaden de naald in mijn bovenarm, plakte een pleister en klaar was het. Zij leek zo sprekend op iemand uit mijn verleden, dat het bijna eng was. Ik keek nog eens goed, maar nee, zij was het niet. Maar ik was wel in een keer terug in het jaar 2000. En dacht aan Janny.

In 2000 studeerde ik filosofie, gewoon voor de lol. Maar omdat ik ook nog iets wilde doen voor het nut van het algemeen, had ik mij als vrijwilliger aangemeld bij een Delftse welzijnsorgansiatie. Ik werd coƶrdinator vrijwilligers bij een project dat eenzame Delftenaren koppelde aan goedbedoelende vrijwilligers, waar overigens vaak een steekje aan los zat. Dat gold ook voor het bestuur van deze organisatie waar Janny deel van uitmaakte. Samen met Bettie was zij verantwoordelijk voor mijn project. Bij het inwerken werd ik knettergek van hen. Bettie en Janny kenden elkaar al jaren en waren behalve professioneel bestuurslid, ook dikke vriendinnen. Mijn inwerkperiode werd gekenschetst door hun dialogen waarin zij continu elkaars naam noemden: “Janny, wat zullen wij doen met de vraag van XYZ?” “Ik weet het niet, Bettie. Maar zeg eens Bettie, is er al iets bekend over ABC?” “Geen idee Janny. Maar hoe zullen we vandaag de werkzaamheden verdelen, Janny?” En dan opeens “Bettie, hoe was je daagje uit gisteren?” “Nou, Janny, wat leuk dat je het vraagt, het was geweldig gezellig.” Enzovoorts enzoverder. De Janny’s en de Betties vlogen mij om de oren. Thuis had ik het alleen nog maar over Bettie, van Janny en Bettie en over Janny, van Bettie en Janny. Pieter werd er ook horendol van.

Janny was oud-verpleegkundige en oud-lerares Duits. Zij was strict en streng en niemand kreeg zomaar een vrijwilliger toegewezen vanwege vermeende eenzaamheid. Bettie was boerin en had 8 kinderen grootgebracht. Haar hart was groot en zij vond iedereen zielig. Samen werkten zij mij in en ik kreeg dus volstrekt tegenstrijdige signalen over het beleid van de organisatie. Dat was verder prima, want zodoende kon ik mijn eigen plan trekken.

De Janny van vanmiddag leek waarschijnlijk alleen maar op de echte Janny omdat zij ook oud-verpleegkundige was. Zonder iemand te willen beledigen, herken je hen uit duizenden. Vastberaden, beetje pinnig, professioneel meelevend. Daarnaast zijn ze vaak ook gezellig, humoristisch en goed vriendinnenmateriaal. Maar dat geldt dan weer niet voor Janny.

Troep en troost

Het is pas een week bezig en ik heb al een klein beetje spijt van mijn opgetogen woorden aan de start van het Project Plafond. Ik was even vergeten hoe stoffig zo’n verbouwing is, hoe moedeloosmakend al het vergeefse stofzuigen en dweilen, hoe onvrij je bent (of je je voelt) in je eigen huis, hoe hard de radio aanstaat de hele dag en de enorme hoeveelheden koffie-met-stroopwafels die je moet aanslepen.

Maar gelukkig breekt het voorjaar nu echt door en is er buiten veel moois te zien. Inclusief mijn loftrompetjes die opeens toch nog allemaal de grond uitschoten!

Coronasaaiheid

De dagen lijken allemaal op elkaar. Werken, wandelen, eten en slapen. Verder een beetje lezen, een spelletje doen of een handwerkje. Het hoogtepunt van de afgelopen week was mijn ochtend op kantoor. Hoe saai is je leven dan?

Gelukkig kwamen de cadeaus ook weer binnenstromen, deze keer voor Pieter: gekleurde bollen met zaden (?????) van de TU en taartjes van de studenten. Mijn loftrompetjes zijn weliswaar min of meer opgekomen, maar echt uitbundig zijn ze (nog) niet. Misschien gaan Pieters bloemetjes het beter doen. Daar lijkt mij weinig voor nodig.

Bij een van de wandelingen langs de Schiedam werd ik gelukkig weer een beetje vrolijk. Ik zag achtereenvolgens zo’n mooi groot containerschip waarop staat dat het 16 vrachtwagens zijn, een grappig bankje en een truttig perkje. Saaiheid is in the eye of the beholder.

Cadeautje

Alweer een cadeautje van mijn werkgever šŸ˜€. En ze hebben zichzelf overtroffen dit keer. Geen loftrompetjes die nog steeds niet meer dan een klein groen puntje laten zien, geen badmutsen, zelfs geen bos tulpen. Nee, deze keer is het echt superleuk. Leuker zelfs dan het kerstgeschenk (een JBL boxje).

Maar wat is de reden dat we alweer een cadeautje kregen? Ik zie het als een goedmaakgeschenk. Vanaf maandag gaan we met MS Teams werken. En het notitieboekje is bedoeld om je vragen in te noteren šŸ¤£šŸ¤£. Need I say more? Ik zet de rustgevende muziek maar vast op.

De cursus

Afgelopen weekeind las ik een boek met deze titel. Het gaat over negen mensen die een schrijfcursus volgen bij een gerenommeerde schrijver. De schrijver woont op zijn eigen, verder onbewoonde, eiland. Mobiele telefoons en laptops zijn streng verboden, want zij staan de concentratie in de weg. Eens per week komt er een bootje langs met boodschappen. De cursisten worden afgezet door de schipper en over een week komt hij hen weer ophalen. tot zo ver de sfeertekening.

Het deed mij denken aan een ervaring die ik in een ver verleden had. Ik volgde een tweejarige opleiding op het toen vrij nieuwe gebied van de patiĆ«ntenvoorlichting. Mijn vrijwilligerswerk in het PatiĆ«nten Informatiecentrum in het Erasmus MC wilde ik graag omzetten in betaald werk. Een opleiding zou mijn kansen daarop vast vergroten, dacht ik. Dus ik schreef mij in voor het eerste jaar bij de Hogeschool Rotterdam. Elke twee weken was er een lesavond en drie keer per jaar een midweek – van maandag tot vrijdag dus – op een Sporthuis Centrum terrein. Daar zouden we dan een verdiepingsslag maken of zoietsā€¦ Ik had kunnen weten dat dat niet echt mijn ding zou zijn. We moesten de hele tijd samenwerken, de medecursisten waren vrij verschrikkelijk, we moesten zelf voor ons eten en drinken zorgen en de docent was volstrekt incapabel. Op dag twee wilde ik al weg. Ik sliep in een huisje met de enige leuke andere cursist Hetty. Wij besloten dat we even weg moesten om in de dichtstbijzijnde stad koffie te drinken. Dat was geen sinecure, want we moesten de portier bedreigen voordat hij de slagboom van het terrein voor ons omhoog wilde doen. ā€œHet is niet de bedoeling dat jullie het terrein verlaten, dames!ā€ riep hij ons nog na. Des te lekkerder smaakte de koffie.

Op woensdag arriveerde het hele gezin van de docent. Zij bleven na ons vertrek op vrijdagochtend nog tot zondag. Opeen begreep ik waarom wij niet in een hotel met eten waren ondergebracht. Daar is het veel lastiger om je hele gezin naar binnen te smokkelen.

Ik ben na een jaar gestopt met de opleiding. Inmiddels had ik een baan in de patiĆ«ntenvoorlichting  en daar leerde ik in de praktijk uiteindelijk veel meer dan op een Sporthuis Centrumterrein.

Maar nu – 30 jaar later – besef ik pas dat ik er goed vanaf gekomen ben. Op het onbewoonde eiland van de schrijver werd een voor een bijna iedereen vermoord.

Loftrompetjes

Narcis - Wikipedia

Gisteren kregen wij van onze werkgever een doos met bolletjes toegestuurd. Zij waren al aangekondigd en het is allemaal heel symbolisch. Uit de bolletjes komen narcissen en die worden ook wel trompetbloemen genoemd. Van trompet is het maar een kleine stap naar loftrompet. En dat is de bedoeling: het managementteam steekt de loftrompet voor ons. Vanwege ons gezwoeg het afgelopen jaar aan de keukentafel, op de koude dan wel snikhete zolderkamer of in de gangkast; waar ook maar het thuiskantoor is ingericht.

Het is een mooi gebaar en ik ga ze zeker ergens in de grond stoppen. Maar het leukst vind ik de reactie van een (nogal gortdroge) collega op Workplace (een soort Facebook, maar dan op het werk). Hij schreef: “Bedankt voor de bloembollen! Er zat bij mij alleen geen recept bij. Moet ik ze eerst koken of kan ik ze ook gewoon rauw eten?”