Oorlog

Vandaag kwam hij (min of meer toevallig) langs in een playlist: Rod McKuen met Soldiers who want to be heroes uit 1971. Hoe actueel wil je het hebben?

Refrein:
Soldiers who wanna be heroes
Number practically zero
But there are millions
Who wanna be civillians (2x).

Come and take my oldest son
Show him how to shoot a gun
Wipe his eyes if he starts to cry
When the bullets fly.

Give him a rifle, take his hoe
Show him a field where he can go
To lay his body down and die
Without asking why.

Refrein (2x).

Sticks and stones can break your bones
Even names can hurt you
But the thing that hurts the most
Is when a man deserts you.

Don’t you think it’s time to weed
The leaders that no longer lead
From the people of the land
Who’d like to see there sons again.

Refrein (2x).

God if men could only see
The lesson taught by history
That all the singers of this song
Cannot write a single wrong.

Let all men of good will
Stay in the fields they have to till
Fill the mouths they have to fill
And cast away their arms.

Refrein (5x).

Bron: https://muzikum.eu/nl/rod-mckuen/soldiers-who-want-to-be-heroes-songtekst

Hobbykleuren

Onder de bezielende leiding van collega C (eigenlijk haar dochter M, 5 jaar oud) en collega P heb ik een nieuwe hobby opgepakt: Diamond Painting. Het is een soort Ministeck voor boomers in een modern jasje. Tot mijn verbazing bestaat Ministeck dus ook nog. Maar daar hou ik mij nog maar even verre van. Voor je het weet heb ik weer meer te doen in mijn vrije tijd.

Naast Diamond Painting hou ik ook van borduren. En tot mijn grote vreugde blijken beide hobby’s iets gemeenschappelijk te hebben, namelijk de kleurencodes van DMC. Dus of je nu piepkleine steentjes op canvas plakt of met een getwijnd draadje een stilleven borduurt: in theorie kan je exact hetzelfde kunstwerk maken met beide technieken.

Pieter vroeg zich af of DMC de afkorting is voor Digital Colors en dan nog iets met een M ertussen. Dat leek mij stug, omdat borduren van het pre-digitale tijdperk is. Enig speurwerk op het wereld wijde web bracht de oplossing: in 1746 werd het bedrijf DMC opgericht in Mulhouse (Frankrijk) door Jean-Henri Dollfus als textielonderneming. Later nam neef Daniel Dollfus de boel over. Hij was getrouwd met Anne-Marie Mieg, die niet onbemiddeld was. Ziedaar het ontstaan van Dollfus-Mieg et Companie (DMC). Een groot familiebedrijf dat stoffen bedrukt. Zonen en neven blijven het bedrijf besturen.

En dan in 1878 ontmoet Jean Dollfus-Mieg de Oostenrijkse borduurontwerper Thérèse de Dillmont. Hij ziet het belang in van de borduurcreaties van Thérèse de Dillmont en al het potentieel dat dit voor het bedrijf zou opleveren. Hij haalt haar over om zich te komen vestigen in Mulhouse om een ​​borduurschool op te richten. Thérèse schrijft daar in 1886 haar beroemde Encyclopédie des Ouvrages de Dames. Het boek brengt duizenden textielontwerpen samen uit verschillende landen zoals Egypte, Bulgarije, Turkije en China.

In de 20e eeuw ging het bergafwaarts met het bedrijf en in de 21e eeuw zijn er in 2008 nog maar zo’n 800 mensen werkzaam (in de jaren 60 zestig waren dat er nog 30.000). Naast winkels houdt de groep alleen de fabricage van fluweel (SAIC Velcorex) en borduurgaren (DMC) over. In februari 2019 werd het bedrijf overgenomen door het Britse investeringsfonds Lion Capital en is er van het oude familiebedrijf niets over.

Wat begon met het bedrukken van stoffen met wel 12 verschillende kleuren, eindigt met 100.000 kleurtjes borduurzijde. En diamonds om mee te painten.

Delft in beeld

Delft is (onder andere) beroemd vanwege zijn keramiek. Niet alleen het Delfts blauw van vroeger, ook tegenwoordig is er veel te vinden op keramiekgebied. Zo is er een keramiekwandeling, zijn er diverse galerieën met keramiek (bijvoorbeeld Terra) en al eerder schreef ik over de prachtig mooie stadsplattegrond in de Papenstraat.

Er is dus nog steeds veel handgemaakt keramiek in Delft. Toen wij in 1993 trouwden hadden wij ons oog op zelfgekleide bordjes bij de Mallemok laten vallen. Op verzoek heeft Ankie Bonnet toen een 1000-delig servies voor ons gepottebakt waar wij vele jaren naar volle tevredenheid van hebben gegeten en uit hebben gedronken. Helaas tikte ik nogal vaak borden kapot tegen de kraan en aangezien Ankie een nieuwe oven had aangeschaft, kon ze de kleur niet meer hetzelfde krijgen. Inmiddels eten wij dus van een ander servies en hebben de restanten aan de Kringloopwinkel geschonken. Daar waren ze er erg blij mee, dus eind goed al goed. Alleen de koffiekopjes en mokjes heb ik als aandenken gehouden.

Een poosje geleden hadden wij in de Visstraat het atelier Schoonekunst van Mariska Schoonewille ontdekt. Zij is keramiste en maakt heel bijzondere sculpturen geïnspireerd op gebouwen in Delft. Het is een beetje Efteling-achtig en wij vielen er acuut voor. Stiekem nam ik contact op met Mariska om een van haar werken te kopen voor Pieters verjaardag. Op de dag zelf brachten Mariska en haar echtgenoot in de stromende regen (!) het kunstwerk bij ons thuis. En nu staat het te pronken in de kamer. Als je Delft een klein beetje kent, herken je vast ook door welke gebouwen Mariska zich heeft laten inspireren.

Een maand later …

Tjonge, zolang niet geschreven en dat terwijl er weer zoveel meer mag en kan. Waarom heb ik ons nachtje in landgoed Duin en Kruidberg niet beschreven? Heerlijk gegeten, goed gezelschap (zus en zwager, altijd gezellig) en een rioollucht in de slaapkamers. Oké, dat laatste was minder fijn.

Of het etentje voor Pieters verjaardag afgelopen vrijdag? Als vanouds bij Einstein, waar de eigenaren Robert en Eva maar net op tijd genezen waren van Covid en dus weer voor ons konden koken.

Of het gezellige koffiedrinken en wandelen met collega Q en oud-collega C in de lockdowntijd. Maar wel in Rotterdam (💙) op het Eiland van Brienenoord. Echt een aanrader! Inclusief 3 grote grazers.

Voor het eerst in jaren weer een Escaperoom gedaan met vrienden F en K in een oude wijnkelder in Delft. Dat was ook al zo heerlijk! We waren onze routine totaal kwijt, maar het was én een leuke escaperoom én supergezellig dat het weer mocht. Dat laatste was dan weer te danken aan de Kamer van Koophandel, die deze escaperoom heeft ingeschreven als een sportaccomodatie 😯. En dat terwijl ik anti-sport ben.

Ook niet te vergeten de diverse “weg-met-corona-feestjes-mét-bubbels” bij onze buren vanwege verjaardagen en pensioenen. Het helpt trouwens echt. Sinds maart 2020 hebben wij heel lang min of meer uitsluitend contact met onze viendburen gehad. Om covid buiten de deur te houden dronken wij bij elk etentje bubbels in diverse soorten en maten. En kijk: het bewijs is geleverd! Bubbels maken je immuun voor covid. Niemand van ons vieren is besmet geraakt. Shout-out for bubbels!

Vorige week weer een dagje naar kantoor geweest. Totaal uitgestorven, maar reuze gezellig met de paar collega’s die er wel waren. Nu maar hopen dat het binnenkort ook weer mag zonder heel goede redenen in 4-voud ingediend en goedgekeurd door het afdelingshoofd én het hoofd van de kantoorfaciliteiten. Ik kijk er wel naar uit, af en toe. Kantoortuin op de koop toenemend.

Nou, ik weet niet waarom ik hier niet allemaal uitgebreide verhalen van heb gemaakt, maar ik beloof beterschap.

Na-de-vakantieblues

Na twee heerlijke weken zonder wekker moest ik er gisteren weer aan geloven. Dat viel nog niet mee. Werken is een ding, maar het bijbehorende vroege opstaan is iets heel anders.

Mijn wekker is een muziekje. Normaal gesproken heb ik altijd elke dag een liedje over die desbetreffende dag. Op maandag is dat bijvoorbeeld ‘I Don’t Like Mondays’ van The Boomtown Rats. Maar na een vakantie zet ik de eerste week/weken meestal deze op:

Als ik op een gegeven moment terugkeer naar de dagdagelijkse liedjes, ben ik kennelijk weer aan het gewone werkleven gewend.

Huis van Delft

Ik wandelde vandaag langs het station en zag tot mijn vreugde dat het Huis van Delft op begint te schieten.

Naast het nieuwe station (2015) is het onderdeel van het project Spoorzone. Een megalomaan project dat al zo’n 20 jaar duurt. Grootste voordeel van dit project is dat de trein inmiddels onder de grond rijdt en niet meer over een foeilelijk spoorviaduct dwars door de stad. Een bijkomend voordeel is dat er allerlei nieuwbouw verschijnt in de buurt van het station. Niet alles even mooi, maar veel is wel de moeite waard. Ik hou erg van moderne architectuur naast de prachtige oude binnenstad.

Het Huis van Delft wordt omschreven als een “iconisch gebouw met karakter. Op de begane grond van Huis van Delft komt de Innovation Gallery van de Gemeente Delft, TU Delft, TNO, DSM, IHE Delft, Deltares, Royal Delft, Hoogheemraadschap Delfland, Royal HaskoningDHV en Reinier de Graaf Gasthuis, waar in open ruimten kennis en ideeën gedeeld worden. Er komt tevens een fraai auditorium en een sterrenrestaurant. Op de begane grond wordt door Studio Job Smeets een uniek kunstwerk van 2.000 m2 gerealiseerd. Job Smeets is de meest invloedrijke kunstenaar van deze tijd, die wereldwijd exposeert en ook daarmee o.a. volgens Forbes tot de absolute top behoort. De tweede tot en met de vijfde verdieping zijn gereserveerd voor 53 woningen.” Bron en meer lezen over het project: Huis van Delft.

Op de foto hierboven zie je een van de vier restanten van de grote betonnen pilaren waarop het oude treinviaduct rustte. Deze vier delen zijn bewaard, mogelijk uit piëteit met de arme architect van destijds. Die man had toch ook niet kunnen bevroeden dat zijn mooie ontwerp later foeilelijk zou worden genoemd.

Bibliotheken

Gisteren begon ik in een nieuw boek. Ik realiseer me dat ik hier eigenlijk nooit over boeken schrijf, terwijl het toch een van mijn grootste hobby’s is. Dus laat ik daar eens verandering in brengen. Ik had het boek De bibliotheek van Parijs gekocht en meteen op de eerste bladzijde was ik al enthousiast. De hoofdpersoon van het boek, Odile, is namelijk helemaal gek van de Dewey code (officieel heet het Dewey Decimale Classificatiesysteem). De methode om bibliotheekboeken op onderwerp in te delen.

Ik maakte er voor het eerst echt kennis mee toen ik in 2006 bij de Amerikaanse bibliotheek in Montpellier ging werken. Natuurlijk kende ik uit Nederland die stickertjes wel op de rug van bibliotheekboeken, maar in de systematiek ervan had ik mij nooit verdiept. Dat werd anders in de Amerikaanse bibliotheek, want daar ging ik code voor code alle boeken controleren. Superleuk! Meer over die Amerikaanse bibliotheek en Françoise die daar de scepter zwaaide, staat te lezen in mijn oude weblog.

De bibliotheek van Parijs gaat ook over een Amerikaanse bibliotheek en Odile heeft alle Dewey codes uit haar hoofd geleerd. Ik kan mij daar van alles bij voorstellen. Na mijn project bij Françoise heb ik er serieus over gedacht om alsnog een bibliotheekopleidng te gaan doen. Maar ja, ik had al een werkonderbreking gehad om filosofie te studeren en 3 jaar in Frankrijk doorgebracht, dus terug in Nederlnad was het hoog tijd om weer eens betaald aan de slag te gaan. Gelukkig mag ik voor mijn werk veel lezen en bestaat er ook in de medische wereld een classificatiesysteem: de ICD-10 (de tiende versie van de International Classification of Diseases). Niet dat ik daar nu iets mee doe (voor de geïnteresseerde lezer: hart- en vaatziekten is I00-I99), maar wie weet kan ik ooit nog eens in een medische bibliotheek aan de slag. Mijn allereerste baantje bij een verzekeringsmaatschappij bracht mij met de ICD-10 in aanraking. Misshien kan ik daar een keer een apart logje aan wijden. Er werkten niet veel, maar wel heel bijzondere mensen. Waarvan de aan alcohol verslaafde medisch directeur nog niet eens de gekste was. Maar goed ik dwaal af. Ik ga snel weer lezen, want ik ben benieuwd hoe het Odile zal vergaan in de bibliotheek in Parijs.

Assepoester, een sprookje in coronatijd

Assepoester was de hele dag druk aan het werk in de keuken. Haar stiefmoeder en twee onaardige stiefzussen zaten lekker languit op de bank te netflixen en Assepoester stond er alleen voor. Uit angst voor corona durfden de drie stieffamilieleden de deur niet uit, dus ook het boodschappen doen lieten zij aan Assepoester over.

Op een dag organiseerde de kroonprins een groot bal in zijn kasteel. Iedereen was uitgenodigd mits hij/zij een QR-code kon laten zien. De twee stiefzussen verheugen zich enorm op de feest, want het gerucht ging dat de kroonprins op het bal een verloofde ging uitkiezen. Uiteraard maakte de stiefzussen veel kans, dachten zij zelf.

Ook Assepoester verheugde zich op het feest. Zij hield van dansen (met of zonder Janssen) en was sowieso wel toe aan een vrije avond. Jammer genoeg stak haar stiefmoeder daar een stokje voor door de telefoon met QR-code van Assepoester af te pakken en in de kluis op te bergen. “Jij hoeft niet naar het bal, As” zei ze pinnig. “De prins zal je niet missen en ik wil dat je vanavond thuis bent om koffie voor mij te zetten.”

Toen de stiefzussen vertrokken waren, bleef Assepoester achter in de keuken en huilde tranen met tuiten. Opeens werd er op de deur geklopt en daar stond haar petemoei, een lieve oude fee. Zij zwaaide met haar toverstokje en opeens had Assepoester een prachtige baljurk aan en sierlijke glazen muiltjes. In haar hand had zij een tasje met smartfone én QR-code. Tot slot toverde de fee vier muizen om in paarden en een pompoen in een prachtige koets. “Voor middernacht thuis zijn hoor, want dan verandert alles weer terug” waarschuwde zij nog. Assepoester knikte braaf en haastte zich naar het bal.

De prins zag haar de balzaal binnenstappen. Hij was direct betoverd en viel als een blok voor Assepoester. Zij dansten de hele avond samen en de prins zag geen ander meisje meer staan. , De stiefzussen zaten zich te verbijten en vroegen zich af wie dat beeldschone meisje eigenlijk was.

Klokslag middernacht reed Assepoester met gierende banden terug naar huis. Net op tijd kwam ze daar aan voordat de koets en de paarden weer verschrompelden tot pompoen en muizen. “Waar kom jij vandaan?” tierde de stiefmoeder. “Ik moest nota bene mijn eigen koffie zetten!” Assepoester antwoordde niet en ging snel naar haar slaapkamer. Zij droomde de hele nacht over de prins.

De volgende dag reed de prins door de stad op zoek naar zijn danspartner van het bal. Het enige dat hij van haar had gevonden op de trappen van het kasteel was een glazen muiltje.

De stiefzussen stormden naar buiten op hun grote, dikke voeten. “Wij wij wij” riepen ze. Maar ze kregen met geen mogelijkheid hun voet in het muiltje. Toen zag de prins Assepoester in de keuken en hij ging naar binnen. Het muiltje paste precies – wie had dat kunnen denken – en hij tilde Assepoester voor op zijn paard en galoppeerde linea recta naar het kasteel terug. Uiteraard trouwden zij en leefden nog lang en gelukkig. De stiefmoeder en -zussen kregen corona en bleven de rest van hun leven dood- en doodmoe. Echt superjammer dat Assepoester niet meer voor ze kon zorgen.

De moraal van dit verhaal: boontje komt om zijn loontje. In vroeger tijden en al helemaal in coronatijden.

TomTom oude stijl

Vorige week was ik opeens grieperig en maakte dus een afspraak voor een coronatest. De testlokatie bij ons om de hoek was kennelijk volgepland voor de komende weken, maar ik kon in Rijswijk terecht. Ook prima. Op de fiets gewapend met Googlemaps ging ik op weg. Al snel reed ik achter een meisje dat ongeveer in mijn tempo fietste en ik bedacht dat zij hoogstwaarschijnlijk ook op weg was naar een coronatest in Rijswijk. Dat is al sinds jaar en dag mijn strategie als ik ergens naartoe ga waar ik nooit eerder was: iemand volgen met dezelfde bestemming en je hoeft nooit te verdwalen.

Ik ken eigenlijk maar één persoon die exact dezelfde strategie volgt en dat is (mogelijk niet toevallig) mijn zus. Ooit – in de jaren 80 vorige eeuw – gingen wij samen vanuit Leiden naar Putten om Oma op te halen die logeerde bij oom A en tante R. Putten was nog wel te vinden, maar de Drieseweg?? Gelukkig reed er al op de snelweg een vrachtwagen voor ons die ook naar tante R. op weg was, dat zagen wij direct. Zus zette de achtervolging in. Het ging een heel eind goed. Totdat de vrachtwagen ergens in Putten een nieuwbouwwijk in reed, parkeerde en de chauffeur kennelijk een dutje ging doen of zo. En het was duidelijk niet bij tante R en oom A voor de deur. Teleurgesteld reden wij door.

Uiteindelijk kwamen we toch op de Drieseweg en toen we voor de 3e keer langs een huis reden waar een mevrouw hartstochtelijk zwaaiend uit een keukenraam hing, herkenden wij onze tante. Wat een wonder dat oom en tante ons zonder blikken of blozen Oma mee teruggaven. Tante R gaf wel verdacht veel eten mee voor onderweg. Waarschijnlijk had ze er weinig vertrouwen in dat we Oma voor etenstijd weer thuis zouden afleveren.

Het was zeker niet de laatste keer dat ik ergens eindigde waar ik niet hoefde te zijn dankzij deze volgstrategie. Maar deze keer had mijn intuïtie mij niet bedrogen: het meisje op de fiets was inderdaad op weg naar een coronatest! Ik zette mijn fiets naast de hare, we waren tegelijk aan de beurt voor de test en ik kon rustig weer achter haar aan de wijk uitfietsen richting Delft. Superhandig! Alleen ben ik nu heel benieuwd of haar test ook negatief was. Maar dat zal ik helaas nooit weten.

Sinterklaas

Hoera, Sinterklaas is weer in het land. Ik wilde eigenlijk gisteravond mijn schoen zetten, maar helaas. Wij leven in een huis met centrale verwarming. Daar komt bij dat de vorige bewoners het heel vervelend vonden dat het huis eruit zag alsof het uit de 19e eeuw stamt. Zij hebben dus vrij rücksichtlos alles wat niet aan de jaren 70 (20e eeuw) doet denken eruit gesloopt, inclusief alle schoorstenen. Schoen zetten zit er dus niet in.

Gelukkig kwam ik vanmiddag langs de oplossing voor dit levensgrote probleem. Ik ben zo benieuwd wat ik morgen in mijn schoen zal vinden!