Coronasaaiheid

De dagen lijken allemaal op elkaar. Werken, wandelen, eten en slapen. Verder een beetje lezen, een spelletje doen of een handwerkje. Het hoogtepunt van de afgelopen week was mijn ochtend op kantoor. Hoe saai is je leven dan?

Gelukkig kwamen de cadeaus ook weer binnenstromen, deze keer voor Pieter: gekleurde bollen met zaden (?????) van de TU en taartjes van de studenten. Mijn loftrompetjes zijn weliswaar min of meer opgekomen, maar echt uitbundig zijn ze (nog) niet. Misschien gaan Pieters bloemetjes het beter doen. Daar lijkt mij weinig voor nodig.

Bij een van de wandelingen langs de Schiedam werd ik gelukkig weer een beetje vrolijk. Ik zag achtereenvolgens zo’n mooi groot containerschip waarop staat dat het 16 vrachtwagens zijn, een grappig bankje en een truttig perkje. Saaiheid is in the eye of the beholder.

Beelden

Dankzij mijn totale gebrek aan richtingsgevoel en stedelijk inzicht heeft het bijna een jaar hysterisch wandelen geduurd voordat ik doorhad dat dat ene beeld dat steeds ergens anders opdoemde dan waar ik dacht dat het stond, niet één beeld was, maar vier beelden. Het heet “Vier Windstreken”, dus dat is best logisch.

Ik ondernam een tocht om ze alle vier op de foto te zetten, maar helaas kwam ik niet verder dan drie beelden. Het vierde bleef onvindbaar.

Gelukkig bracht Google uitkomst. Het waren inderdaad ooit vier beelden, gemaakt door Hans la Hey en in 1998 geplaatst op lokatie waar vroeger vier stadspoorten hadden gestaan. Een daarvan, de Oostpoort, bestaat nog steeds. De andere lokatie zijn de Nieuwe Plantage en de Schoolstraat. Het vierde beeld, aan de Zuidwal, is verdwenen. Ik heb niet kunnen achterhalen hoe of wat. Vermoedelijk heeft het met de bebouwing aan de Ezelsveldlaan te maken, maar zeker weet ik dat niet.

Het verhaal achter de beelden kende ik ook nog niet. Ik citeer van de website Kunstwandeling van Geert de Vries:

“Er schijnt een verhaal te zijn dat Willem van Oranje op 10 juli 1584 niet vermoord zou zijn door Balthasar Gerards, maar een natuurlijke dood was gestorven. De 27-jarige Fransman, geboren in Vuillafans, zou dan ook ten onrechte na vier dagen gruwelijke martelingen zijn geëxecuteerd. Dit gebeurde door vierendelen met trekpaarden. De verschillende ledematen werden hierna op de toegangspoorten van Delft ‘tentoongesteld’. Reden genoeg voor La Hey om vier beelden te ontwerpen als ‘eerbetoon’ aan Gerards; ze zijn zo geplaatst dat de Markt het middelpunt vormt. De beelden geven de vier dimensies van ruimte weer, namelijk lengte, breedte, hoogte en diepte.”

Gruwelijk verhaal, maar mooi verbeeld.

Cadeautje

Alweer een cadeautje van mijn werkgever 😀. En ze hebben zichzelf overtroffen dit keer. Geen loftrompetjes die nog steeds niet meer dan een klein groen puntje laten zien, geen badmutsen, zelfs geen bos tulpen. Nee, deze keer is het echt superleuk. Leuker zelfs dan het kerstgeschenk (een JBL boxje).

Maar wat is de reden dat we alweer een cadeautje kregen? Ik zie het als een goedmaakgeschenk. Vanaf maandag gaan we met MS Teams werken. En het notitieboekje is bedoeld om je vragen in te noteren 🤣🤣. Need I say more? Ik zet de rustgevende muziek maar vast op.

Schrijfles in de herhaling

Na mijn vorige blogje bedacht ik in een conversatie met vriendin N dat ik al belachelijk veel schrijfcursussen heb gevolgd in mijn leven. Zelfs in Frankrijk ambieerde ik het schrijverschap. Daar volgde ik een semester lang de lessen van madame B waarin ik creatief hoopte te leren schrijven. Hier staat de eerste les beschreven. Het werd niet echt beter.

Inmiddels was ik helemaal vergeten waar die B voor stond. Ik zie haar nog voor mij en kan ook haar stem nog horen, maar haar naam? Na een lange speurtocht op internet en doordat ik mij uiteindelijk haar voornaam, Marie-Laure, weer herinnerde, vond ik haar naam terug. Jammer genoeg is de hele Cercle d’écriture onvindbaar, dus ik denk dat dat uiteindelijk toch een fiasco is gebleken. Zoiets als mijn aspiraties om een roman te gaan schrijven. Hoewel, dat kan nog komen. Moed verloren al verloren. En een weblog is best een mooi oefenterrein.

De cursus

Afgelopen weekeind las ik een boek met deze titel. Het gaat over negen mensen die een schrijfcursus volgen bij een gerenommeerde schrijver. De schrijver woont op zijn eigen, verder onbewoonde, eiland. Mobiele telefoons en laptops zijn streng verboden, want zij staan de concentratie in de weg. Eens per week komt er een bootje langs met boodschappen. De cursisten worden afgezet door de schipper en over een week komt hij hen weer ophalen. tot zo ver de sfeertekening.

Het deed mij denken aan een ervaring die ik in een ver verleden had. Ik volgde een tweejarige opleiding op het toen vrij nieuwe gebied van de patiëntenvoorlichting. Mijn vrijwilligerswerk in het Patiënten Informatiecentrum in het Erasmus MC wilde ik graag omzetten in betaald werk. Een opleiding zou mijn kansen daarop vast vergroten, dacht ik. Dus ik schreef mij in voor het eerste jaar bij de Hogeschool Rotterdam. Elke twee weken was er een lesavond en drie keer per jaar een midweek – van maandag tot vrijdag dus – op een Sporthuis Centrum terrein. Daar zouden we dan een verdiepingsslag maken of zoiets… Ik had kunnen weten dat dat niet echt mijn ding zou zijn. We moesten de hele tijd samenwerken, de medecursisten waren vrij verschrikkelijk, we moesten zelf voor ons eten en drinken zorgen en de docent was volstrekt incapabel. Op dag twee wilde ik al weg. Ik sliep in een huisje met de enige leuke andere cursist Hetty. Wij besloten dat we even weg moesten om in de dichtstbijzijnde stad koffie te drinken. Dat was geen sinecure, want we moesten de portier bedreigen voordat hij de slagboom van het terrein voor ons omhoog wilde doen. “Het is niet de bedoeling dat jullie het terrein verlaten, dames!” riep hij ons nog na. Des te lekkerder smaakte de koffie.

Op woensdag arriveerde het hele gezin van de docent. Zij bleven na ons vertrek op vrijdagochtend nog tot zondag. Opeen begreep ik waarom wij niet in een hotel met eten waren ondergebracht. Daar is het veel lastiger om je hele gezin naar binnen te smokkelen.

Ik ben na een jaar gestopt met de opleiding. Inmiddels had ik een baan in de patiëntenvoorlichting  en daar leerde ik in de praktijk uiteindelijk veel meer dan op een Sporthuis Centrumterrein.

Maar nu – 30 jaar later – besef ik pas dat ik er goed vanaf gekomen ben. Op het onbewoonde eiland van de schrijver werd een voor een bijna iedereen vermoord.

Voorburg

Wat een heerlijk lenteweer. We moesten er nog even van genieten, want blijkbaar gaat het komend weekeind weer vriezen. Totaal krankzinnig, dat weerbeleid.

Gisteren fietsten wij met de genietopdracht in de zak naar Voorburg. Daar startte onze wandeling door prachtig Voorburg, langs diverse landhuizen, door veel parken en chique straten. Voorburg is wel een beetje deftig en zijn bewoners zijn dat ook.

Maar ze doen ook rare dingen, zoals afschuwelijk lelijke vogelhuisjes ophangen in die parken. Ik heb er met tegenzin eentje op de foto gezet, maar er hingen er veel meer. Gelukkig viel er ook kunst te bewonderen. Een bootje vol mensen met de titel Spelevaren was extra grappig dankzij de twee kinderen die er vlak naast echt aan het spelevaren waren. Op de foto helaas bijna onzichtbaar.

We genoten van bloeiende bomen. Sommige met bloesem, een andere met een paar schoenen, hoe bijzonder, en weer een ander met een rode bewoner. En natuurlijk plukjes sneeuwklokjes. Het was prachtig en we vroegen ons af of we niet naar Voorburg moesten verhuizen. Maar ja, dat denk ik bij alle uitstapjes die ik maak. En het antwoord is toch altijd weer ontkennend. We wonen natuurlijk prima in Delft (zie de naam van deze weblog). Af en toe ergens anders kijken verandert daar niks aan.

Eenden en andere watervogels

Het is lenteweer. Sommige eenden raken helemaal van de leg en gaan in een boom zitten. Andere eenden (ja, ik weet het, het zijn futen) willen juist aan de leg en bouwen een nest. Ik zag ook nog nijlganzen met zeven kinderen, die waren alweer uitgelegd. En tijdens een wandeling van een uurtje kwam ik maar liefst vijf reigers tegen. Maar daar heb ik geen bewijsbeelden van, dus dat moeten jullie maar gewoon geloven.

Uitkijkplek

Eén van mijn favoriete spots tijdens een (lunch)wandeling is net tegenover de Oostpoort aan de andere kant van de Schie. Daar, precies op één plek, kan je de torens van maar liefst vijf markante Delftse gebouwen zien. Ik geef toe: je moet het weten, maar als je een beetje inzoomt op de foto is het echt wel duidelijk. Op de tweede foto is de Lutherse Kerk beter te zien en op de eerste foto zie je de tweede toren van de Maria van Jessekerk. Ik kon niet goed kiezen.

Van links naar rechts Oostpoort, Maria van Jessekerk, Lutherse Kerk, Oude Kerk en Nieuwe Kerk

Nostalgie

Tijdens het luisteren naar een liedje van Vitaa (zonder L) en Slimane waarin zij tig keer “C’est pas la peine” zingen, werd ik patsboem 13 jaar in de tijd teruggevoerd. Wij woonden toen in Montpellier en ik was vrijwilliger in de ziekenhuisbibliotheek van een van de ziekenhuizen in de stad. Ik heb daar destijds een blogje over geschreven en dat staat hier.

Naar Michelle-met-de-hamertenen heb ik geen heimwee, maar naar de rest van die tijd wel. En ook naar Jacqueline die de eerste tijd mijn bibliotheekmaatje was. Zij maakte mij ook wegwijs in de ingewikkelde Franse beleefdheidscultuur. Opgewekt vertelde ze mij op de eerste dag dat wij van de bibliotheekgroep elkaar allemaal tutoyeerden. Dat leek mij gemakkelijk te onthouden en net zoals ik in Nederland gewend was, dus ik knikte. Dat was te vroeg gejuicht, want, zo vertelde Jacqueline: “We tutoyeren iedereen, behalve Françoise, want zij is de présidente van de vrijwilligersorganisatie.” Daar kon ik wel inkomen, qua Franse beleefdheid, dus ik knikte nog maar eens instemmend. Jacqueline vervolgde: “En natuurlijk Hélène ook niet, want zij is de oud-présidente.” Ja, oké, duidelijk. Maar Jacqueline was nog niet klaar met de uitzonderingen. We hadden ook Marguerita nog, die was te oud om te tutoyeren. En Josette, haar man was iets belangrijks. Ik telde na wie ik dan wel mocht tutoyeren en kwam toch nog op een vrouw of drie.

Ondanks of misschien wel dankzij dit soort cultuurverschillen was het leuk om in zo’n typisch Frans clubje mee te draaien. En nu heb ik heel veel zin om een weekje met vakantie naar Montpellier te gaan!